Durf te weten

27/06/2010

Nu in de vakantie kom ik eindelijk toe aan het dubbelnr van The New Yorker, 15 & 22 feb jl., met daarin een artikel van David Remnick bij een fotoserie van Platon: portretten van activisten uit de burgerrechtenbeweging van de VS. In het artikel komt ook President Obama aan het woord: “At the core of the civil-rights movement [...] there is a voice that is best captured by King, which says that we, as African-Americans, are American, and that our story is America’s story, and that by perfecting our rights we perfect the Union — which is a very optimistic story, in the end.”

Als ik dit lees, denk ik direct aan de parallel met het streven van Tjalie Robinson en zijn Tong-Tong-beweging voor acceptatie van de koloniale geschiedenis, niet als “particuliere geschiedenis”, “doelgroepengeschiedenis” of “niche-geschiedenis”, maar als vaderlandse geschiedenis. Juist als Nederlanders-in-het-algemeen (niet per se als Indo of Indische Nederlander, hooguit als Nederlanders met voorkennis), dus als wij- i.p.v. jullie-zeggers, pleiten we voor het opheffen van het taboe op de koloniale ervaring. Met als doel een completer en werkbaarder Nederlands zelfbeeld te krijgen: de koloniale hoofdstukken heb je nodig om het hele vaderlandse verhaal echt te begrijpen.

Het is alleen op het eerste oog een stuk moeilijker om dit als “optimistic story” te verkopen. Dat het een land als Portugal schijnbaar beter lukt, zal er wel mee te maken hebben dat ze in één revolutie met de dictatuur èn de koloniale tijd hebben “afgerekend”. Of beter gezegd: met de bloedige oorlogen waarmee de onafhankelijkheidsbewegingen werden onderdrukt. Of anders gezegd: het Portugese volk kon zich beter identificeren met de gekoloniseerden omdat ze door dezelfde macht onderdrukt werden.

In Nederland blijft het “goed-doen”, “goed-maken”, meestal nog steken in een moralistisch wegvegen van alles wat als koloniaal beschouwd wordt, liefst voor het bekeken en onderzocht is. Misschien moeten we nadenken over de formulering van een “optimistische wortel” die we — de voorstanders van aandacht en de opheffing van dit taboe — de rest van Nederland kunnen voorhouden als beloning na een geslaagd postkoloniaal debat. Alleen schuld & schaamte, zoals de dominees nu denken, is geen aanlokkelijk vooruitzicht.

Persoonlijk staan alle moralistische termen (verlossing, vergeving, vergoelijking etc.) me tegen. Nieuwsgierigheid en willen weten zouden toch genoeg moeten zijn. Misschien is een klein duwtje in moralistische richting al genoeg: durf te weten.

Leave a Comment

Previous post:

Next post: